'Jij bent een 10.' Toen ik nog in loondienst werkte, werd dit tegen mij gezegd tijdens een voortgangsgesprek. Ik weet nog precies hoe hij het zei. Alsof het een compliment was. Alsof ik me vereerd moest voelen.
We zaten tegenover elkaar in een klein kantoor. Mijn leidinggevende recht tegenover mij. Hij keek me aan alsof het heel bewonderenswaardig was wat hij zei. 'De collega’s om je heen', vervolgde hij, 'zijn een 5 en dat is ook goed genoeg.' Mijn brein ging meteen denken, analyseren en de verbazing van mijn kant kwam al snel. Hij bedoelde het waarschijnlijk motiverend. Als erkenning. Als bewijs dat ik erbovenuit stak. Dat ik bijzonder was. Maar wat hij niet besefte, was dat hij daarmee óók zei:
- Dat we dezelfde functie hadden, maar niet dezelfde behandeling.
- Dat we hetzelfde salaris kregen, maar niet hetzelfde gewicht droegen.
- Dat mijn extra inzet geen uitzondering was, maar een verwachting.
De automatische keuze voor de moeilijkste taken
Ik was degene die de moeilijke taken kreeg. Niet omdat het moest, maar omdat ik het kon. Engelstalige groepen? 'Dat kan jij wel even doen.' Duitstalige bezoekers? 'Dat is beter als jij dat even doet.' Complexe situaties, lastige vragen, onverwachte problemen? Mijn naam viel automatisch keer op keer. Niet omdat het in mijn functieomschrijving stond. Die was namelijk exact hetzelfde als die van mijn collega’s. Maar omdat ik snel was. Efficiënt. Betrouwbaar. Omdat ik een 10 was.
In eerste instantie voelde dat goed. Erkenning voelt altijd goed. Het geeft je het gevoel dat je gezien wordt. Dat je ertoe doet. Dat je verschil maakt. Totdat ik me realiseerde dat erkenning zonder compensatie gewoon een andere vorm van verwachting is. Het was de standaard geworden. Dat een compliment soms een vermomde verplichting kan worden.
De vraag die alles veranderde
Dus ik stelde hem een simpele vraag. 'Als zij een 5 zijn, en dat is goed genoeg… waarom zou ik dan een 10 blijven?' Hij keek me aan. Verrast. Ik zag zijn gezicht wat norser gaan staan. 'Dat is niet de bedoeling', zei hij snel. Maar het was wel de realiteit. Waarom zou ik structureel meer geven, als het minimale al voldoende was? Waarom zou ik de lat hoog houden, als het systeem beloond werd op aanwezigheid, maar niet op bijdrage?
Dat was het moment waarop mijn perspectief veranderde. Niet uit boosheid of frustratie, maar uit helderheid. Ik begon mijn energie anders te verdelen. Niet minder professioneel of minder betrokken. Maar bewuster. Ik stopte met automatisch naar voren stappen en ideeën initiëren. Hierna gebeurde er iets opvallends.
De les die me bijbleef
Niemand zei er iets van. Niet omdat het niet werd opgemerkt, maar omdat er een angst was dat ze het vervolgens zelf moesten doen. De meesten bleven daarom ‘onder de radar’ of schitterden met afwezigheid tijdens het notuleren of het te woord staan van klanten. Het was veel fijner om gebruik te maken van iemand die een 10 was en dit dan wel even snel deed.
Dat gesprek leerde me een les die ik nooit meer zal vergeten. Als je structureel meer geeft dan er gevraagd wordt, wordt dat op een gegeven moment niet meer gezien als extra. Het wordt gezien als normaal. En normaal wordt zelden beloond. Het wordt verwacht.
Soms is het krachtigste een stap terug
Sindsdien heb ik mezelf een belofte gedaan. Ik zal altijd mijn best doen. Ik zal altijd kwaliteit leveren. Maar ik zal nooit meer geloven dat mijn waarde bepaald wordt door hoeveel extra ik bereid ben te geven. Zeker niet zonder dat het erkend, beschermd en gewaardeerd wordt.
Want een 10 zijn in een systeem dat alleen maar om een 5 vraagt, is geen eer. Het is een risico. En soms is het krachtigste wat je kunt doen, niet bewijzen dat je een 10 bent, maar besluiten dat je jezelf niet langer laat behandelen als een onuitputtelijke bron.
Goed is goed genoeg!
Waar in jouw werk of leven blijf jij een 10 geven, terwijl een 5 blijkbaar al goed genoeg is en wat kost jou dat eigenlijk?
Reactie plaatsen
Reacties